Grens tussen overheidsopdracht en subsidie

De grens tussen een overheidsopdracht en een subsidie is in de praktijk niet altijd evident. Beide instrumenten vertrekken van een financiële tussenkomst van de overheid. Toch zijn de juridische gevolgen fundamenteel verschillend. De kwalificatie als overheidsopdracht brengt allerhande verplichtingen met zich mee voor de verlenende (in dit geval: aanbestedende) overheid, met verstrekkende gevolgen voor de financiering die gebeurde met miskenning van de overheidsopdrachtenregels. Zowel de verlener als de verstrekker dienen zich bewust te zijn van de grens tussen beide instrumenten.

Bij een overheidsopdracht heeft de overheid een concrete behoefte aan werken, leveringen of diensten, en laat zij deze prestaties verrichten door een derde, tegen betaling. Die prestaties zijn juridisch afdwingbaar en de invulling ervan wordt in belangrijke mate door de overheid bepaald. Om een handeling te kwalificeren wordt deze getoetst aan de definitie van een overheidsopdracht uit art. 2, 17° Overheidsopdrachtenwet.

Een subsidie is daarentegen een ondersteuningsinstrument. Subsidies hebben tot doel de betoelaging van activiteiten die door de overheid van algemeen belang worden geacht, en vormen geen tegenprestatie voor werken, leveringen of diensten die aan de subsidieverlener worden verstrekt. De overheid financiert dus een wenselijke activiteit, zonder zich de prestaties toe te eigenen. Er is geen rechtstreekse tegenprestatie in de zin van een afdwingbare verbintenis tegenover de overheid.

De grens tussen de subsidie en overheidsopdracht wordt bereikt wanneer de overheid inhoudelijk begint te sturen. Wie de uitvoering vorm geeft, concrete prestaties oplegt of sancties koppelt aan niet-uitvoering, begeeft zich richting overheidsopdracht. Beslissend is of de overheid een juridisch afdwingbare prestatie verwerft en of zij een doorslaggevende invloed uitoefent op de concrete invulling. Ook een gedeeltelijke financiering lijkt een overheidsopdracht niet uit te sluiten wanneer daar een afdwingbare prestatie tegenover staat. Dat de overheid accessoire voorwaarden oplegt, rapportering vraagt of toezicht uitoefent, volstaat an sich niet om van een overheidsopdracht te spreken.

Doorslaggevend is niet hoe de constructie wordt genoemd, maar hoe zij feitelijk is opgezet. In een interessant toepassingsgeval oordeelde de Raad van State (RvS 23 januari 2025, nr. 262.014, Universitair Ziekenhuis Antwerpen e.a.) dat een subsidiëring niet geherkwalificeerd diende te worden als overheidsopdracht omdat (1) de prestatie van de subsidie-ontvanger op het eerste gezicht wordt uitgevoerd voor het algemeen belang, en niet voor een rechtstreeks economisch belang van de subsidie-verlener, en (2) er geen sprake lijkt te zijn van een contractueel vastgelegde prijs voor de subsidie-ontvanger, in ruil voor de uitvoering van een prestatie. Hierdoor zou de betroffen handeling niet vallen binnen de definitie van een overheidsopdracht.

De beoordeling blijft echter feitelijk en globaal, en één element is zelden doorslaggevend. Maar een onjuiste kwalificatie brengt een aanzienlijk risico mee: wat als subsidie werd opgezet, kan achteraf mogelijk worden beschouwd als een onrechtmatig gegunde overheidsopdracht.

Heeft u vragen over dit onderscheid, of twijfelt u aan de kwalificatie van een subsidie als overheidsopdracht? Neem gerust contact.

Vorige
Vorige

Omvang van de borgtocht: high five, low five

Volgende
Volgende

Wanneer voldoen aan de selectiecriteria?